Op school

Als ik Zita spellingcontrole laat gebruiken bij taal, dictee en toetsen, is dat toch niet eerlijk tegenover de andere kinderen? Ik trek niemand voor in mijn klas.

Marijke, leerkracht vijfde leerjaar.

Compenserende ICT binnen het zorgbeleid op jouw school

Het is heel normaal dat het gebruik van compenserende ICT in de klas bij leer- en zorgkrachten inhoudelijke en praktische vragen oproept. Het toelaten van deze hulpmiddelen vergt aandacht en energie van het schoolteam en de ondersteunende partners, zoals CLB-medewerkers en pedagogische begeleiding. Een leerling met een laptop en ADIBoeken laten werken is ook geen wondermiddel op zich. Daarom is het cruciaal dat de maatregelen hieromtrent ingepast worden in het zorgbeleid van de school. Enkele tips:

  • Overleg en samenwerking tussen alle betrokkenen is nodig. De leerling en zijn ouders moeten met de school tot goede afspraken en een aanpak op maat komen.
  • De school kan hiervoor een werkgroep oprichten. Binnen deze werkgroep moet duidelijk zijn wie aanspreekpunt is en wie de bevoegdheid heeft om acties te organiseren. Hier kan bijvoorbeeld deel van uitmaken: 
    • (een lid van) de directie;
    • leerkrachten;
    • de CLB-medewerker(s);
    • de zorg- of leerlingenbegeleide(s)r;
    • de pedagogisch begeleider(s);
    • de ICT-begeleider(s);
    • ervaringsdeskundige(n) …
  • De school moet genoeg aandacht besteden aan
    • een duidelijke visie en doelen;
    • informatie en coaching voor het schoolteam;
    • praktische afspraken: wie doet wat?
  • De aanpak werkt best in fasen: met doelen op korte en (middel)lange termijn en de mogelijkheid tot evaluatie en bijsturing.

STICORDI-afspraken

Integrale zorg op school omvat een reeks maatregelen die afgestemd zijn op de specifieke noden van de leerling. Als ouders en school een STICORDI-aanpak afspreken, helpt dat een kind met leerproblemen erg vooruit. De juiste aanpak verschilt van kind tot kind. De invulling van de STICORDI-afspraken gebeurt dus best op maat en in overleg.

STICORDI: STImuleren – COmpenseren – Remediëren - DIfferentiëren.

Stimuleren = aanmoedigen: de sterke kanten van het kind benadrukken, begrip tonen voor z’n problemen, aanmoedigen om goed werk te leveren.
Bijv.: de leerkracht Godsdienst verbetert de taal- en spelfouten in een toets niet in het rood. Het kind krijgt een compliment voor wat goed is in de test.

Compenseren = gelijk trekken, in balans brengen: de leerling krijgt ondersteuning of hulpmiddelen zodat hij dezelfde resultaten kan bereiken als z’n klasgenoten.
Bijv.: de leerling mag op de laptop werken en ADIBoeken gebruiken.

Remediëren = oplossingen en hulp op maat geven: de leerling krijgt individuele begeleiding en aandacht.
Bijv.: de leraar wijst de leerling op fouten in een dictee, zodat de leerling ze zélf kan verbeteren.

Differentiëren = zelfde leerdoelen en taken anders aanpakken: de leerling hoeft niet alles op dezelfde manier te doen als de anderen.
Bijv.: de leerling moet niet hardop voorlezen in de klas.

En wat met de inspectie?

De inspectie verwacht dat een onderwijsinstelling binnen haar zorgbeleid nadenkt over wat ze met compenserende maatregelen wil bereiken en nagaat of de vooropgestelde doelen inderdaad bereikt worden.

Voor alle ‘redelijke aanpassingen’ voor leerlingen met een handicap - dus ook voor compenserend ICT-gebruik op school - gelden vier richtinggevende principes:

  1. Elke onderwijsinstelling heeft de maatschappelijke opdracht om haar onderwijs zo in te vullen dat haar specifieke leerlingen de beoogde resultaten optimaal bereiken.
  2. De delibererende klassenraad beoordeelt autonoom of een individuele leerling de doelen van het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.
  3. De inspectie onderzoekt of de leerbegeleiding het leren van de leerlingen ondersteunt, ook het leren van leerlingen met extra zorgbehoeften.
  4. Compenserende maatregelen ontslaan de onderwijsinstelling en de leerling niet van het streven om de onderwijsdoelstellingen zo maximaal mogelijk te realiseren.