Wat zegt de wet?

Visie overheid, inspectie, ...

‘Het ergste aan dyslexie is dat je anders bent. Soms krijg ik opmerkingen als: ‘Ik zou dat ook wel willen zo’n laptop, dat moet toch gemakkelijk zijn’. Wie dat zegt, begrijpt niet hoe het is om als enige van 1.200 leerlingen een laptop mee te sleuren. Wat een extra opgave het is om zelf voor een verlengdraad te zorgen, altijd op zoek te gaan naar stopcontacten, er voor te zorgen dat je laptop veilig staat tijdens LO-lessen . Ze beseffen niet hoe vervelend en frustrerend het is om al die domme vragen of opmerkingen te beantwoorden, sticks mee te brengen, de leerkrachten te informeren, en ga zo maar door. Maar vooral om anders te zijn en je kwetsbaar te voelen.’ 

Ruben (16 jaar)

Met de laptop naar school

Sommige scholen zijn al helemaal mee met het gebruik van computers en ICT in de klas. Andere zijn nog niet zo ver, en hebben er soms weerstand tegen of schrik van. Als je kind met een leerstoornis ‘compenserende hulpmiddelen’ wil gebruiken in de les, zoals een laptop met ADIBoeken en voorleessoftware, moeten ook de school en de leerkracht(en) zich even aanpassen. Als ouder hou je daar best rekening mee.

In het algemeen gaat het de goede kant op. Het onderwijs is zich beter en beter bewust van de problemen rond leerstoornissen. Maar toch hebben directie en leerkrachten nog dikwijls vragen en twijfels bij compenserende hulpmiddelen: ‘Is dat wel eerlijk tegenover andere leerlingen?’, ‘Hoe moet dat met die verlengdraden in de klas?’, ‘Mag een leerling spellingcontrole gebruiken bij dictee?’

Aan de slag met voorleessoftware

Ondanks de voordelen blijkt het inzetten van voorleessoftware in de school niet zo eenvoudig. De brochure biedt een houvast bij de implementatie van voorleessoftware in de school en geeft heldere antwoorden op veelgestelde vragen.

Klik hier voor de brochure.

Bij de brochure horen een aantal bijlagen met concrete stappenplannen en checklisten om de stap naar de implementatie van voorleessoftware in de klas te vergemakkelijken:

Bijlage 1: Overzicht van verschillende rollen en fasen

Bijlage 2: Randvoorwaarden en aandachtspunten voor gebruik van een ICT-hulpmiddel thuis en op school

Bijlage 3: Actieplan implementatie ICT-hulpmiddelen

Bijlage 4: Analysemodel van behoeften bij bijzondere noden voor lezen en/of schrijven

Wat vind je in de brochure?

  • Zijn voorleessoftware en ADIBoeken noodzakelijke hulpmiddelen?
  • Wie komt in aanmerking voor ADIBoeken en gratis voorleessoftware?
  • Wanneer start je best met voorleessoftware?
  • Waar situeren voorleessoftware en ADIBoeken zich in het zorgcontinuüm?
  • Waarom zijn voorleessoftware en ADIBoeken zo belangrijk?
  • Wat mag en wat moet?
  • Waar vind ik meer informatie, extra bronnen, software en handige hulpmiddelen?

De wet in het kort:

Overleg met directie, leerkrachten en begeleiders.
Weet dat de wet aan jouw kant staat!

1. De eindtermen ICT

Computers en internet zijn vandaag de dag niet meer weg te denken uit ons leven. Dus zegt de overheid dat alle kinderen op school moeten leren omgaan met informatie, technologie en computers. Dat zijn de ‘eindtermen ICT’, en die gelden voor alle leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs. Reden 1 waarom een laptop in de klas niet gek is.

2. Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

In 2006 schreven de Verenigde Naties de rechten van mensen met een handicap uit in een verdrag. De Belgische en Vlaamse overheid ondertekenden dat verdrag op 2 juli 2009. Onderwijs is hier een belangrijk deel van:

Personen met een handicap hebben recht op inclusief onderwijs. Dat wil zeggen dat een kind met een beperking niet noodzakelijk naar het aangepast onderwijs moet, maar ook in een ‘gewone’ school terecht kan. Hier krijgt het dan specifieke ondersteuning.
Personen met een handicap hebben recht op redelijke aanpassingen in het onderwijs om hen gelijke rechten en kansen te geven.
Personen met een handicap mogen niet gediscrimineerd worden.
Belangrijk voor jou en je kind met leerstoornissen: dit verdrag omschrijft een handicap niet als een ‘medisch probleem’ maar wel als ‘een sociale drempel’. Een belemmering om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Zo bekeken zijn leerstoornissen een handicap op school. Je kind heeft dus recht op hulp en speciale maatregelen. Dat is reden nummer 2.

3. Het Vlaamse gelijke kansen beleid

Iedereen is gelijk voor de (onderwijs)wet. Maar dat wilt niet zeggen dat alles voor elke leerling hetzelfde moet zijn. De wet op de gelijke kansen verbiedt indirecte discriminatie. Een kind met leerstoornissen leert en werkt anders om dezelfde resultaten te kunnen behalen als z’n klasgenootjes. Als zo’n kind de juiste hulpmiddelen niet krijgt of niet mag gebruiken, heeft het geen gelijke kansen en wordt het dus achteruit gesteld. En dat mag niet. Reden 3!